Het ontstaan van Asperger.

De Weense kinderarts Hans Asperger beschreef in 1944 een groep kinderen, overwegend jongens, met een aantal bijzondere kenmerken.

Deze kinderen hadden moeite zich in anderen in te leven, hadden weinig tot geen vriendjes, praatten op een eigenaardige, pedante manier met dikwijls weinig variatie in toonhoogte en ritme en konden geheel opgaan in bepaalde interesses. Ook viel een onhandige motoriek op. In tegenstelling tot andere vormen van autisme, was er bij deze kinderen sprake van een normale tot hoge intelligentie.

De beschrijving van Hans Asperger is in Nederland lang onopgemerkt gebleven. De stoornis van Asperger is in Nederland pas sinds de jaren tachtig bekend. Lorna Wing heeft deze term toen voor het eerst weer gebruikt. kinderen en volwassenen met deze kenmerken kregen daardoor vaak de diagnose (klassiek) autisme, PDD-NOS of helemaal geen diagnose.