Wat voor ondersteuning bestaat er?

Medicijnen
Medicijnen zijn erg belangrijk bij de behandeling van een bipolaire stoornis. Ze moeten langdurig gebruikt worden, vaak het hele leven lang. Het bekendste middel is lithium, maar er zijn ook andere zogenaamde stemmingsstabilisatoren. De medicijnen moeten het evenwicht in de hersenen herstellen, zodat iemand niet meer (extreem) uit balans raakt. Deze middelen ‘genezen’ niet, maar kunnen voorkomen dat er al te grote uitschieters zijn.

Na het stoppen met de medicijnen zal de kans op de terugkeer van heftige stemmingswisselingen sterk toenemen. De medicijnen worden voorgeschreven door een psychiater, die ook regelmatig zal blijven controleren hoe de stoornis zich ontwikkelt. De dosering van lithium wordt heel nauwkeurig op de persoon afgestemd en regelmatig in het bloed gecontroleerd.

Therapie
Naast het voorschrijven van medicatie, wordt in veel gevallen ook een andere vorm van therapie aangeraden. Het doel hiervan kan bijvoorbeeld zijn de levensstijl aan te passen. Structuur en regelmaat zijn van groot belang voor manisch-depressieve mensen. Verstoringen in het dagelijkse ritme kunnen grote gevolgen hebben. Ook moeten zij leren omgaan met het feit dat zij een ziekte hebben, waar ze waarschijnlijk niet meer van kunnen genezen en waarvoor zij de rest van hun leven medicijnen moeten gebruiken. Dit is vaak moeilijk te accepteren.

Het hebben van deze ziekte kan ook gevolgen hebben voor belangrijke personen in de omgeving van de persoon, zoals partners, familieleden en kinderen. Relatie- of gezinstherapie kunnen hier bij helpen.

Opname
Soms kan een tijdelijke opname in een psychiatrisch ziekenhuis nodig zijn. Dit kan het geval zijn als de stemming zo ernstig verstoord raakt, dat er gevaar ontstaat voor de patiënt of zijn omgeving. Iemand kan bijvoorbeeld zo depressief zijn, dat hij zijn leven wil beëindigen.

Maar ook een manische periode kan gevaarlijke vormen aannemen, de persoon weet soms niet meer wat hij doet en ziet geen gevaren meer. In extreme gevallen kan een gedwongen opname (tegen de wil van de patiënt) nodig zijn. De duur van een opname varieert, afhankelijk van hoe snel iemand herstelt. Als het gevaar is geweken en de stemming weer enigszins gestabiliseerd is, zal iemand terugkeren naar de eigen omgeving. Daar zal onder begeleiding de draad weer opgepakt worden.